Instituto Cervantes NBLEW Neude 30 C 3514 AG UTRECHT De Minister van Economische Zaken Dr G.J. Wijers Postbus 20101 2500 EC 's-GRAVENHAGE Datum: 27 april 1998 Betreft: EMPLOYABILITY Kenmerk: ICNBLEW/EZ980427

Geachte heer Wijers, Na terugkeer van een bezoek aan de kust trof ik gisteren op Hoog Catharijne een plakkaat met een aankondiging van het VNO-NCW waarin wordt gesteld dat Nederland een miljoen inwoners telt die niet aan het werk zijn en dat er aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om deze bevolkingsgroep aan het werk te krijgen. In dit verband heb ik vandaag met veel belangstelling het artikel "Nederland blijft achterop met innovatieve bedrijven" gelezen. In het kader van de uitvoering van mijn beleidsplan haal ik hier graag enkele citaten uit aan en geef daarbij graag mijn persoonlijke reactie. In uw betoog betreurt u het gebrek aan commercieel gevoel bij wetenschappers en onderzoekers en stelt u: "Het is toch doodzonde als je ziet dat we op het gebied van de wetenschap tot de absolute top behoren, maar dat Nederland daar zelf zo weinig van profiteert". Volgens het artikel kunt u het niet begrijpen dat onderzoekers van Universiteiten slechts lijken te kicken op het aantal publikaties dat ze halen en het geciteerd worden door anderen. "Waarom komt het niet vaker bij hen op om een octrooi of businessplan aan te vragen?. Nederland mist hierdoor zoveel kansen, waarvan je vaak later ziet dat ze in de Verenigde Staten en Engeland wel door ondernemers worden opgepikt". Voor u is het regelmatig dubbel zuur wanneer blijkt dat de ideeën met Nederlands subsidiegeld mogelijk zijn gemaakt. "Op dit gebied moet de knop dus echt om in de komende jaren". Daarbij heeft u gesteld dat u zich fors wilt gaan inzetten om de komende jaren meer innovatieve bedrijven van de grond te krijgen. Ik laat u hiermee weten dat ik het hiermee volstrekt eens ben en breng u graag mijn brief CARRIÈREPLANNING van 20 september 1997 in herinnering. Het heeft met name betrekking op het congres Spaans dat op 28 september vorig jaar werd georganiseerd door een groep Spaanstalige academici in het Spaanse 'Instituto Cervantes' aan het Domplein alhier. Uit werkgeverskringen afkomstig tracht ik al vanaf 1991 mijn businessplan onder de aandacht te brengen van mijn wetenschappelijke collega's die evenals ik Spaans hebben gestudeerd maar nog weinig ervaring op managementgebied hebben opgedaan. Ik heb u in gemelde brief laten weten dat ik alle deelnemers aan het congres mijn businessplan heb doen toekomen. Ik ontving hierop een uiterst merkwaardige reactie. In plaats van enthousiasme voor mijn inzet om alle hispanisten aan het werk te helpen ontving ik bericht dat ik niet welkom was op het congres. Gezien de tragische omstandigheden in het Verenigd Koninkrijk op dat moment had ik daar ook niet zoveel behoefte aan. Desalniettemin beschikken alle deelnemers over mijn plan, maar heb ik tot op heden nog geen enkel signaal ontvangen dat een groepering zich met de uitvoering terzake zal bezighouden. Vorige week woensdag heb ik tijdens het congres Kroon op het Werk in de Nieuwe Kerk in Den Haag daarover kort van gedachten gewisseld met Staatssecretaris Frank de Grave en hem de volgende dag als follow up de volgende brief doen toekomen: KROON OP HET WERK. Uw collega Melkert heb ik op 27 oktober vorig jaar de volgende brief doen toekomen: BELEIDSPLAN. Inmiddels kan ik u de verdere ontwikkelingen terzake melden. De gemelde oud-collega betreft Drs E.H. Halbertsma, statutair directeur van de Baak. Ik heb van haar nog geen bericht ontvangen dat zij mijn verzoek heeft ingewilligd. Ik hoop dus dat dat snel gebeurt, aangezien zij goed bekend is in het Verenigd Koninkrijk. Met Professor Knol heb ik de laatste maanden intensief contact gehad. Hij ziet echter voor zichzelf geen rol weggelegd voor de organisatie. Dat geldt ook voor de heer Nauta. Dat betekent dus dat we het over een andere boeg moeten gooien. Wellicht in het kader van de Pemba. Het maakt mij immers niet uit of ik met zieke of gezonde partners werk, als ze maar gedreven zijn. Ik hoop vanaf heden op uw onmisbare steun te kunnen rekenen en verneem graag op welke wijze u mijn te bouwen organisatie van dienst kan zijn. Ik heb maar één behoefte: geld en goede mensen. Uw medewerking wordt op voorhand zeer op prijs gesteld. Met hartelijke groet, JOHN VAN DER HEYDEN Esq." Blijkbaar bestaat er nog een geschil met de Spaanse naamgenoot. Vorig jaar heb ik dienaangaande een juridische strijd gevoerd met de advocaat van de Vereniging Instituto Cervantes te Madrid, die ik op punten heb gewonnen. Nochtans ben ik tot een compromis bereid en heb daartoe de volgende dag eveneens de volgende brief gezonden aan uw collega-partijgenoot en -minister Van Mierlo: SAMENWERKINGSVOORSTEL. Met alle overige opmerkingen uit uw redevoering van gisteren ben ik het eens. In het jaar 2005 zullen alle Latijns-Amerikaanse staten een vrijhandelszone gaan vormen. Dit biedt straks ongekende mogelijkheden voor het Nederlandse bedrijfsleven en mijn geprojecteerde organisatie. In dit verband haal ik het slot aan van gemeld artikel:

"Over zijn eigen toekomst formuleert Wijers tijdens het gesprek omzichtiger. Ondanks aanhoudende geruchten dat hij straks voor het bedrijfsleven kiest geeft Wijers aan nog graag vier jaar door te willen op Economische Zaken, terwijl de post Financiën hem ook trekt. "De verkiezingen en de formatie zullen pas uitwijzen wat mogelijk is. Ik ben beschikbaar, al kan de uitkomst dus ook anders worden", aldus Wijers. "Als ik in dat geval voor het bedrijfsleven kies lijkt mij dat totaal niet vreemd. Men verwacht toch zeker niet dat ik dan thuis ga zitten."

Dit is volstrekt juist. Ik ben benieuwd naar de uitslag van de verkiezingen. Mocht dit niet leiden tot een nieuwe ambtstermijn, dan ligt mijn organisatie voor u open op het gebied van Financiën en Economische Zaken. Dat wordt al een stuk eenvoudiger zodra de euro wordt ingevoerd en er geen guldens meer in peseta's en Belgische franken dienen te worden omgerekend. Voorts neem ik mij voor een International Cervantes Award in te stellen voor die wetenschapper die het beste businessplan indient binnen het raamwerk van mijn beleidsplan en dat ook ten uitvoer brengt. Ik hoop u binnenkort als voortrekker van onze organisatie te mogen begroeten. MET HARTELIJKE GROET, J.L. VAN DER HEYDEN

9 JULI 1998 BUSINESS PLAN TER ATTENTIE VAN MINISTER HANS WIJERS VAN ECONOMISCHE ZAKEN VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN