BEZOEK AAN TOLEDO

Na het ontbijt zijn we om 9:00 uur naar Toledo vertrokken door het land van Don Quichot en Doña Catalina de Salazar y Palacios uit Esquivias, de echtgenote van Don Miguel de Cervantes y Saavedra. Eerdere bezoeken van mij aan Toledo staan beschreven in 23 juli 2003 Dagtocht naar Toledo en  Eerste Congres van de Federación Internacional de Asociaciones de Profesores de Español in Toledo (2005). Na het vertrek werden wij door Ankie verblijd met zonnig weer. Tijdens de busrit gaven Ankie en Carmen uitleg. Toledo ligt in de landstreek Castilla La Mancha op 87 kilometer van Madrid. Op een heuvel gelegen aan de Taag. We hadden voortdurend de bus tot onze beschikking. Hierdoor kon de reisleiding vrij soepel de dag indelen. Carmen gaf tijdens de rit uitleg over de geschiedenis van Toledo. Toledo werd pas een koninklijke stad toen Koning Karel I van Spanje, ofwel Keizer Karel V van Duitsland zijn hof verplaatste naar Toledo. Carmen vertelde ons dat het historische grondplan van de stad ontworpen schijnt te zijn door de Romeinen. Zij hebben twee belangrijke bouwwerken achtergelaten op het Iberisch schiereiland: het aquaduct en het circus, ofwel het amfitheater.  In de zesde eeuw regeerden de westgotische koningen in Toledo. Aangezien het een enorm religieuze stad was besloten zij daar het episcopaat te vestigen van de christelijke religie. Aan het einde van de zevende eeuw begon de moorse invasie volgens Carmen. Deze moren trokken met veel gevechten de stad binnen totdat koning Alfons VI in het jaar 1085 besloot de stad Toledo te heroveren. Het koninkrijk Toledo werd sinds de vijftiende eeuw van koninklijk belang nadat de Katholieke Koning en Koningin besloten zich in de hoofdstad Toledo te vestigen. In de zestiende eeuw valt de stad terug in decadentie doordat de toestand van het land in die periode was opgegaan in de neergang van het politieke moment. In de zestiende eeuw besloot Filips II, de zoon van Karel I, het Hof van Toledo naar Madrid te verplaatsen. Dit veroorzaakte natuurlijk een teloorgang van de stad Toledo. De Keizerlijke stad veranderde hierdoor meer in een provinciestad. Als we spreken over de contemporaine tijd dan spreken we over de negentiende eeuw en dan denken we bij de stad Toledo vooral aan zijn Alcázar. In die periode herwint de stad weer aan belangrijkheid tot aan de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Nu is Toledo de hoofdstad van de Comunidad de la Castilla Manchega. Het ligt in het centrum van Spanje, omgeven door de rivier de Taag en heeft 80.000 inwoners. Toledo is een stad van een constante verandering en groei en vermengt de traditie met innovatie. Het is door de Unesco verklaard tot Patrimonio de la Humanidad Patrimonio de la Humanidad sinds 1986. De rivier van Toledo heeft een bijzondere invloed op de configuratie van de stad omdat hij altijd de verdediging heeft gevormd tegen de aanvallen die op Toledo zijn uitgevoerd tijdens oorlogsconflicten. De stad Toledo is ook altijd bekend geweest als de hoofdstad van de drie culturen: joden, christenen en moren (zie: La teoría de las tres castas van Américo Castro in 13 de junio de 1977 El Erasmismo y Cristianismo Nuevo en el Don Quijote de La Mancha de Don Miguel de Cervantes y Saaavedra, 24 de julio de 2003 Ponencia ‘La relación espiritual entre Heydanus, Erasmo y Cervantes’ pronunciado en la Facultad de Derecho de la Universidad de Alcalá de Henares en 28 de julio de 2005 Cervantes es mi vida). Deze vermenging van culturen is steeds gedurende eeuwen geaccepteerd gebleven in Toledo onder de naam ‘convivencia’, ofwel samengaan van culturen. Hierdoor is in een gedicht tot uitdrukking gebracht dat elk huis in Toledo een museum is en elke steen een kunstwerk. Carmen spreekt hierna over de kunst in Toledo in zijn geheel. Tijdens de renaissance valt er slechts één naam op: Domenikos Theotocopoulos, de Griek, ofwel El Greco.  Onder de belangrijkste werken van deze schilder met een wereldwijde erkenning zijn de meest bekende El Expolio, La Asunción de la Virgen en het bekendste van allemaal: De begrafenis van de Graaf van Orgaz als vermeld in El Entierro del Conde de Orgaz. Men zegt dat in Toledo de geschiedenis, de cultuur en de kunst elkaar de hand geven volgens Carmen. De bekendste feesten in Toledo zijn El Corpus Cristi en La Semana Santa. Het Corpus Cristi is het grote feest van Toledo. De stad kleedt zich dan in gala. Alle straten worden bedekt met tapijten en met kruiden en bloemen als de rozemarijn en alle huizen worden versierd met een soort vlaggen met de wapens van de belangrijke families van de stad Toledo. De kathedraal verheft zich in zijn schoonheid doordat al haar muren worden bekleed met Vlaamse tapijten uit de zeventiende eeuw. Belangrijk tijdens Corpus Cristi is La Custodia ofwel de monstrans met het lichaam van Christus. Tijdens dit feest brengt men dus een eerbetoon aan het lichaam van Christus. Dit wordt tot uitdrukking gebracht middels een monstrans die uniek is in de wereld en wordt aangeduid met La Custodia del Arte. Deze monstrans is oorspronkelijk van zilver vervaardigd maar in opdracht van de koningen hebben de bisschoppen hem later van goud gemaakt in overeenstemming met het heilige karakter van de kathedraal. In de katholieke wereld is deze monstrans de grootste en ook de hoogste. Want in totaal heeft hij een hoogte van vier meter. De Semana Santa van Toledo heeft niets te maken met de Semana Santa die wij in het zuiden gewend zijn. Het is een meer ingetogen Semana Santa. Veel stiller. Veel strenger. De Semana Santa kent majestueuze ‘pasos’ die door de leden van de cofradías worden uitgevoerd. Het enige licht dat hen vergezeld is het licht van de kaarsen. Toledo is ook bekend door zijn kunstwerken op het gebied van zwaarden en sieraden met de naam damasinado. Ik attendeer hierbij op het merk Wilkinson. Aangezien Toledo op een strategisch kruispunt ligt waar veel veldslagen zijn uitgevochten zijn de hier vervaardigde zwaarden de beste van het hele land. Bij de vervaardiging maakte men niet gebruik van zuiver staal. De zwaarden bestonden aan de binnenkant uit ijzer dat aan de buitenkant werd bedekt door staal. Hierdoor werden zij elastischer, harder en tegelijk trefzekerder. Van de Toledaanse zwaarden vallen onder meer ook de versieringen op, de huls en de schede. Deze industrie was voor Toledo vooral van economisch belang in de zeventiende eeuw totdat men tot het gebruik van vuurwapens overging. Na de invoering van de vuurwapens is de Toledaanse zwaardenindustrie praktisch verdwenen. Bij het binnenrijden van de stad attendeerde Carmen ons op het Alcázar van Toledo. Op het parkeerterrein van het busstation kregen wij gezelschap van de Toledaanse gids Ima die ons in vlot Engels te woord stond tijdens de panoromische bustocht rond de stad. Zij liet weten dat er van de tachtigduizend inwoners slechts elfduizend dappere mensen in de binnenstad wonen. Het is een geheel andere binnenkomst in de stad dan in 1968 toen ik nog vanuit het stationnetje aan de Taag naar boven moest wandelen in het gezelschap van ezels in plaats van comfortabele touringcars. Ter hoogte van Hotel Diamantista heeft de bus een fotostop gemaakt. Ima attendeerde ons tijdens de rit op het klooster San Juan de los Reyes als vermeld in Grondleggers Instituto Cervantes bijeen. Na de bus op een parkeerplaats te hebben verlaten heeft het gezelschap zich via roltrappen in de stad begeven. In afwijking van het advies van Ima heb ik samen met een paar groepsgenoten koffie gedronken op het vertrouwde terras aan het Zocodover. Dit geheel in overeenstemming met Las Leyes del Jefe.

Vervolgens hebben wij een wandeling door de oude stad gemaakt. Te beginnen bij de Universidad de Castilla La Mancha, naar het hoogste punt van de stad met het standbeeld vanGarcilaso de la Vega. Wij zagen in de nabijgelegen romaanse kerk met moorse en byzantijnse kenmerken gouden kronen van westgotische ofwel Visigotische koningen die dankzij de interventie van een Franse soldaat bewaard zijn gebleven. Koningin Isabel II heeft volgens Ima het tweede gedeelte van de schat gevonden na een opgraving te hebben laten verrichten in de omgeving van de rivier waar de Franse soldaat de kronen had gevonden die hij mee naar Parijs had genomen. De replieken bevinden zich in de kerk die wij bezochten. De wandeling ging vervolgens naar de Plaza de la Catedral met het bisschoppelijk paleis. Ankie: “De kathedraal heeft drie ingangen. Ergens is hij gebouwd voor de mensen die niet kunnen  lezen en schrijven. Want bij de ingangen is afgebeeld wat men zegt. Zo heb je in het midden de deur van de vergiffenis. Links heb je de deur van de hel en rechts de deur van de justitie, het recht. Vroeger was de middendeur geopend, maar tegenwoordig gaat hij alleen open voor heel belangrijke mensen en politici. Hier achter is het toeristenbureau. Daar heb ik voor iedereen twee folders gehaald over Toledo.” Van hieruit werd ons de mogelijkheid geboden een bezoek te brengen aan het Museo de Bellas Artes ofwel het Museo de Santa Cruz met schilderijen van El Greco. Onderweg heeft Ima mij vereeuwigd met het standbeeld van de naamgever van onze organisatie: Don Miguel de Cervantes y Saavedra.

Het gebouw waarin het Museo de Santa Cruz is gevestigd dateert uit de zestiende eeuw. Het is gebouwd in de vorm van een latijns kruis. Ima stond in het museum met name stil bij de schilderijen La Veronica (origineel) met La Santa Faz, El Expolio (kopie) en De Heilige Familie De Heilige Familie met De Heilige Elizabeth. Doña Jimena de las Cuevas, de minnares van El Greco, is volgens Ima op dit schilderij afgebeeld als de maagd Maria. Dat was een stoutmoedige daad in zijn tijd van de Inquisitie. Moeder Jerónima de las Cuevas is op dit schilderij afgebeeld als De Heilige Eilzabeth en El Greco zelf als Sint Jozef. Op het door Ima getoonde schilderij kijkt Sint Jozef, ofwel El Greco ons recht aan. Hieruit heeft men afgeleid dat de schilder in de spiegel keek terwijl hij zichzelf schilderde. Johannes de Doper is op dit schilderij als kind afgebeeld. Het hiernavolgende schilderij dat wij hebben gezien was De Kruiziging van Christus. Het was in de tijd van El Greco niet goed mogelijk dat moriscos (tot het Christendom bekeerde moren) in het huwelijk traden met cristianos. Dat was in 1997 ook een gevoelig thema.

´s-Middags waren we vrij in Madrid. Nadat het grootste gedeelte van de groep in het centrum en bij het Pradomuseum was afgezet ben ik met de bus met Juan Carlos naar Hotel Praga teruggekeerd om de accu van mijn videocamera op te laden. Hierna met bus 28 naar de Plaza Mayor. Gewandeld naar de Puerta del Sol. Aankomst 16:35. Vandaaruit ben ik via de Calle de Alcalá naar het hoofdkantoor van het Spaanse Instituto Cervantes gewandeld. Daar heb ik tussen 16:50 en 17:00 uur na een security-check een pakketje afgegeven met een brief en drie DVD’s ten behoeve van directeur Victor García de La Concha.

Hierna ben ik op zoek gegaan naar Escuela Sampere in de Calle de Castelló, 50. Zij bleken echter vijftien jaar geleden al te zijn verhuisd. Na bij enkele adressen navraag te hebben gedaan kwam ik uiteindelijk uit in de Calle Lagasca, 16. Ik trof er de huidige directeur Virginia Sampere aan met haar jongste broer Jaime en de zoon van haar overleden broer Juan Manuel: David Sampere. Wij hebben in korte tijd oude herinneringen opgehaald aan de hand van de DVD met mijn reportages uit 1980 en 1982.

Na een fikse wandeling ben ik samen met de rest van de groep om 19:15 vanuit de Calle Sevilla met de bus naar Hotel Praga teruggekeerd.