DE VOORGESCHIEDENIS VAN HET INSTITUTO CERVANTES VANAF 1968 (DEEL 2)

Ik vervolg De voorgeschiedenis van het Instituto Cervantes vanaf 1968 (Deel ). Op 14 april 1974 ben ik getrouwd met mijn eerste vrouw. De in Oviedo gestudeerde heer Poulussen heeft voor ons toen een mooie reis uitgezet door het noorden van Spanje met bezoeken aan het historische klooster in Ripoll, het geboortehuis van Fernando II de Aragón in Sos del Rey Católico en het Castillo de Javier. Hierdoor is mijn interesse gewekt voor de Spaanse Monarchie. Die was overigens al op de lagere school ontstaan in verband met de verhalen over Keizer Karel V, Maarten Luther en Filips II. Wij werden allemaal opgeleid voor een papiertje. Maar ik stelde al gauw vast dat het de studenten in die tijd ontbrak aan praktijkervaring in het lesgeven. Daarom werd in 1975 een docent vakdidaktiek aangetrokken. Dat werd Drs Kees van Esch (later Dr Kees van Esch). Ik herinner mij nog zijn eerste les. Wij moesten weer een boek aanschaffen: Teaching Foreign-Language Skills van Wilga Rivers. Mijn eerste reactie was “Kees moeten we nu weer een boek gaan bestuderen? Daarmee kunnen we niet voor de klas gaan staan. Toen heeft hij besloten om een paar werkgroepjes leerganganalyse te formeren. Ik hield mij met een paar studiegenootjes bezig met de analyse van het Antilliaanse Paso a Paso en de Zweedse methode Eso Es. Echt goed lesmateriaal bestond er niet. Ik heb toen ook nog examen vakdidaktiek gedaan bij Kees en kreeg een acht. Zo moeilijk was dat niet, want Van Parreren had ik ook al op de kweekschool bestudeerd. Bovendien had ik al meer dan vijf jaar praktijkervaring. Mijn eerste Spaanse lessen heb ik in 1975 gegeven in Arnhem. In die tijd nam ik regelmatig deel aan studiebijeenkomsten van de sectie Spaans van Levende Talen op de Drift in Utrecht onder leiding van Peter Slagter. Hiervan kan ik mij nog namen herinneren als Trudy Pestana en Francis Jousma uit Zoetermeer. Ik ben toen geronseld voor een particulier taleninstituut waarvan ik in 1981 mededirecteur ben geworden en waarvan ik in 1996 heb geschreven dat ik mij daarvan de naam niet wens te herinneren zoals Cervantes heeft geschreven inzake de woonplaats van zijn ‘protagonista’ Don Alonso Quijano ‘El Bueno’. Maar het is wel zaak om de realiteit onder ogen te blijven zien. Vanaf 1981 tot 1987 heb ik voor dat bedrijf immers met veel plezier gewerkt totdat mijn accu leeg was.