DE VOORGESCHIEDENIS VAN HET INSTITUTO CERVANTES VANAF 1968 (DEEL 4)

Ik vervolg De voorgeschiedenis van het Instituto Cervantes vanaf 1968 (Deel 3).

Op 13 juni 1977 was het zover. Ik deed mondeling examen om de felbegeerde eerstegraads lesbevoegdheid te halen. Plaats Erasmusgebouw. Mijn examinatoren waren Drs Poulussen, Drs Hallebeek en Drs Verhoeven namens de Nijmeegse Universiteit en Prof.Dr. Oostendorp van de Rijksuniversiteit Groningen. Professor Oostendorp, auteur van het boekwerkje ‘Spanje op weg naar zelfaanvaarding’, stelde de vragen en toonde zich buitengewoon geïnteresseerd in de thematiek. Na enige tijd te hebben feestgevierd in verband met het behaalde resultaat was de volgende vraag ‘En hoe nu verder?’. Ik wilde natuurlijk aan het werk met het resultaat van zeven jaar intensieve studie. Maar voor een eerstegraads docent Spaans was er absoluut geen werk in het Koninkrijk der Nederlanden. Ja, op Aruba en Curaçao. Maar daar was een complete emigratie voor noodzakelijk. Ik had al eerder gesolliciteerd aan het Colegio Arubano in Oranjestad en was daar zelfs aangenomen totdat de aanstelling werd afgeblazen omdat men voorrang diende te verlenen aan een Arubaanse bursaal. Onze verhuizing was al geregeld en mijn vrouw en ik kregen zelfs een rondvaart door de Amsterdamse haven en grachten aangeboden door het verhuisbedrijf Varenkamp dat door het Colegio Arubano de opdracht had gekregen onze inboedel te verhuizen naar de Antillen. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen nog een studie M.O.A Engels te gaan doen. Maar in 1978 heb ik besloten om zelf met een paar vrienden een taleninstutuut op te zetten in Wijchen. Wij hadden inmiddels een zoontje van een jaar oud en met hem in de kinderwagen heb ik huis-aan-huis 3000 strooifolders verspreid. Dit resulteerde in 128 cursisten van het Wijchens Taleninstituut WTI en de aandacht van de eigenaar van het instituut waarvan ik in een later stadium de naam niet meer wenste te herinneren. Hij bood mij aan om van zijn lesmateriaal gebruik te maken en in de loop van het jaar om samen met het Institute of English Studies een gespecialiseerd instituut Frans en Spaans op te zetten. Dit heeft er toe geleid dat ik in de zomer van 1979 mijn zekerheden als onderwijzer aan een basisschool heb moeten opgeven. Vanaf dat moment werd het hard werken. Het kantoor werd ingericht in mijn zolderkamer en er kwam een telefooninstallatie met twee lijnen. Zowel in de kantoorkamer als in de woonkamer om altijd telefonisch bereikbaar te zijn. Gezinsleven en Het Instituut gingen toen hand in hand. Privé en zakelijk gescheiden houden was volstrekt onmogelijk. Mijn gezin wás Het Frans-Spaans Instituut. In juli en augustus was de promotieactie middels een huis-aan-huis strooifolderactie van Interlanden Spreigroep in de regio’s waar ik de cursussen samen met de directie van het Institute of English Studies had gepland. Wij hebben die cursusplaatsen in een later stadium een aan het postcodesysteem gerelaterde cursusplaatscode gegeven: de eerste drie cijfers van de postcode van de betreffende cursuslokatie.