TOMAR EN ALCOBAÇA IN DE NAAM VAN DE ROOS (VERZONDEN MAANDAG 27 MAART 2017 16:00)

Dit bericht sluit aan bij 2017/03/20/bezoek-aan-coimbra-en-leiria/ (verzonden maandag 27 maart 2017 15:40). Na het ontbijt zijn we naar Tomar en Alcobaça gegaan met als bezienswaardigheid het Christusklooster als belangrijkste monument van de stad. In 1983 is deze stad door de Unesco tot werelderfgoed verklaard. Bezienswaardig zijn ook het kasteel, het aquaduct van de Pelgrims en de kerk van de heilige Johannes de Doper.  Mijn geschreven tekst luidt Tomar J. Rentes de Carvalho: Tomar is de naam die de Arabieren gaven aan de rivier de Nabão, op de linkeroever waarvan de Romeinen hun Nabância (Nabantia) hadden, een plaats die al in het Paleolithicum bestond en circa 2 km ten zuiden van de huidige stad lag. In 1160 liet de meester van de orde der tempeliers, Gualdim Pais, een kasteel bouwen op een heuvel op de rechteroever en gaf het, samen met de plaats die daar later bij ontstond, de naam Tomar. De orde der Tempeliers of tempelridders werd in 1311 in Portugal opgeheven, maar meteen daarna, in 1315, stichtte koning D.Diniz D.Diniz de Christus-orde, waar niet alleen de uitgebreide bezittingen en privileges van de tempelridders naar overgingen, maar ook, naar men vermoedt, hun inwijdingsriten en de mysterieuze kennis waarover zij beschikten Gedurende de vijftiende eeuw beschikte de Christus-orde (Ordem do Cristo) het hoogtepunt van haar fortuin en macht, waar Tomar flink van profiteerde, want daar had de orde destijds haar zetel. Hendrik de Zeevaarder werd ingewijd in de orde en bekleedde tussen 1420 en 1460 het ambt van bestuurder of grootmeester. Vanaf 1492, toen koning Manuel I tot grootmeester werd benoemd, is de leiding van de Christus-orde altijd in handen van de koningen gebleven. Dank zij de tempelridders en hun opvolgers is Tomar de Portugese plaats bij uitstek van een architectonisch symbolisme en nog steeds ongeschonden geheimen. Zo is de stad opgebouwd in de vorm van een symmetrisch kruis (het zogenaamde Cruz de Cristo,  Christus-kruis, dat ook geschilderd was op de zeilen van de karvelen waarmee de Christus-orde deelnam aan de ontdekkingsreizen). Vier lijnen – de armen van het kruis – komen samen op het huidige Praça da República, waar het standbeeld van Gualdim Pais staat. Omdat ze zo nauw gelieerd was aan de Christus-orde, botte de stad aan belang in naarmate de invloed van de orde in het politieke en economische leven van de natie afnam. Ten tijde van de Marquês de Pombal werden pogingen gedaan om de handel en de plaatselijke nijverheid opnieuw leven in te blazen en vestigden er zich enkele industrieën, onder andere een grote katoenfabriek die op een bepaald moment werk verschafte aan honderden arbeiders. Maar de in 1810 door de troepen van Masséna op hun plundertocht aangerichte vernielingen, de afschaffing van de kloosterorden in 1834 en het algehele verval van de Portugese economie in de daaropvolgende tijdperken, remden de ontwikkeling van Tomar  in zeer sterke mate. Momenteel is het een klein, aangenaam provinciestadje (14.000 inwonders), met als voornaamste bezienswaardigheid het grote architectonische complex van het Convento de Cristo, reden genoeg om het aan te doen. In de twaalfde eeuw werd met de bouw van het Convento de Cristo begonnen, maar pas in de zeventiende eeuw, onder het bewind van de Filipsen, zou het werk voltooid worden. We gaan naar binnen door de westelijke poort van het tot ruïne vervallen middeleeuwse kasteel, waarbij rechts te zien is wat er nog over is van het paleis van Hendrik de Zeevaarder. Binnen zien we rechts de Charola, de oorspronkelijke kerk van de tempelridders, die, gebouwd volgens het gebruikelijke schema van de orde, een nabootsing is van de rotonde van het Heilig Graf in Jeruzalem: een veelhoek van zestien zijden omsluit een achthoekige constructie gedragen door acht pilaren, waarin zich het hoogaltaar bevindt. Het geheel is overdekt met een koepel. Aan alle zijden van de achthoek hangen vijftiende-eeuwse schilderijen, vermoedelijk van de hand van Johannes Dralia, een Vlaams kunstenaar uit Brugge die in 1505 zou overlijden in Tomar, waar hij ook begraven ligt. In ieder geval heeft hij de fresco’s op de muren en het gewelf geschilderd. De gekleurde houten beelden stammen uit dezelfde tijd en worden toegeschreven aan Oliver de Gand. Ook het tussen 1511 en 1514 vervaardigde koorgestoelte is van de kunstenaar, maar dat werd in 1810 grotendeels vernield door de soldaten van Masséna. Een gang met azulejos loopt langs de mooie sacristie (1620) en leidt ons naar de kleine Claustro do Cemitério, versierd met azulejos in mudéjarstijl, waar de graven liggen van Diogo da Gama (overleden 1584), de broer van Vasco da Gama, en Baltasar de Faria (overleden 1584), grootmeester van de Christus-orde. Op de vloer van de claustro liggen grafstenen van anonieme ridders. Aangezien veel medereizigers moeite hadden met het Spaans van reisleidster Beatriz heb ik op hun verzoek het een en ander over onze bestemming in het Nederlands verteld en het Spaans van Beatriz zo goed en zo kwaad als het kon in het Nederlands vertaald. 

Dit is te zien en te horen op 2017032101 Tomar: Convento de Cristo. In het Convento de Cristo is volgens Beatriz de film De naam van de roos opgenomen met Sean Connery in de hoofdrol. Dit is mijns inziens direct een verwijzing naar The Wars of the Roses als vermeld in 27 April 1997 Reverend David Brindley at St. Mary’s Church and The Peacock off Warwick Castle in mijn boek Letters to Diana, Princess of Wales. Terug naar het hotel voor de lunch, daarna vertrek naar Alcobaça. Deze stad herbergt een prachtig Cisterciënser klooster uit de twaalfde eeuw, hier bevindt zich het graf van de twee eeuwige geliefden: koning Pedro I en zijn geliefde Inês de Castro.

Alcobaça De naam die de Romeinen aan Alcobaça gaven, Eburobriga, is alleen te lezen in de kronieken. Van de arabische aanwezigheid zijn de ruïnes van het kasteel gebleven. Maar toen D.Afonso Henriques de plaats aan Bernardus van Clairvaux schonk (als dankbetuiging voor de verovering van Santarém in 1147) en beloofde er een klooster te bouwen, had ze haar huidige naam al, gevormd uit de twee revieren die er samenkomen, de Alcoa en de  Baça. Het geheel waarin Alcobaça ligt bestaat uit heuvels en lichte hellingen, vruchtbare velden en een overdaad aan wáter, en het is dan ook een goed gedijende landbouwstreek, notabel vanwege haar rijkdom en verscheidenheid aan boomgaarden, groot centrum van de fruitproduktie en fruitconserven.

Mijn videobeelden van dit bezoek staan op 2017032102 Alcobaça en het verhaal van Inés de Castro met de zegen van Paus Franciscus. Voor de goede orde laat ik nog weten dat Beatriz mij heeft verteld dat D.Pedro de moordenaars van Inês de Castro heeft bevolen haar hart op te eten.

Vanuit deze achtergrond memoreer ik mijn gevoerde correspondentie op deze datum vanaf 21 maart 1996 Bezoek Koning Juan Carlos (6) ter attentie van de Roosevelt Stichting21 maart 1997 Horoscoop ter attentie van de Heer George Görtemöller21 maart 1997 Groen licht ter attentie van mijn voormalige studiecoördinator21 maart 1998 Elizabethan serenade21 maart 2001 Wij Heren van Middachten21 maart 2010 De Troon Deel 3 – België is van mij.

En dagelijkse berichtgeving op deze datum: 21 maart 2002 Everywhere I go my shadow walks beside me21 maart 2003 Promotie21 maart 2004 Dank21 maart 2005 Grondleggers Instituto Cervantes bijeen in Toledo21 maart 2006 Eerlijk zullen we alles delen21 maart 2007 Retour Nijmegen-Utrecht21 maart 2008 Dr HeydanusMaandag 21 maart 2011 Het is lente en Woensdag 21 maart 2012 Tweede dag Nederlands Staatsbezoek aan Luxemburg, Corthea Goeman Borghesius en de Peter Kanis Kweekschool.