MIJN INTERVIEW IN DE VLIEGENDE HOLLANDER

Beste Liesbeth. Na verzending van 20170904 Service agreements verzonden naar Oneworld limited te Cyprus en facturen aan Interned Services voldaan zend ik je aangehecht de digitale versie van DVH5-2017.pdf die ik van Jan van Holstein onder condities van geheimhouding heb ontvangen. Maar nu de leden van de NCCS toegang hebben tot de hierin verstrekte informatie geef ik hierbij de tekst weer van mijn interview met de hierin door mij aangebrachte hyperlinks.

BIJ MIJN VEERTIGJARIG JUBILEUM ALS EERSTEGRAADS DOCENT SPAANSE TAAL- EN LETTERKUNDE

Leg Cervantes eens kort uit aan onze leden met je rol daarin.

Ik ben geboren op 9-11-1947 in Nijmegen. De Vierdaagsestad en oudste stad van Nederland. Zoon van een machinist bij de Nederlandse Spoorwegen. Floris. Tot mijn 21ste jaar kon ik vrij reizen door heel Nederland en twee keer per jaar door Europa. De laatste keer was in 1968. Ik heb toen een reis gemaakt naar Madrid. Ik studeerde toen voor onderwijzer en logeerde in een residencia van de Universidad Complutense achter de Plaza de España met het standbeeld van Cervantes en zijn helden don Quijote en Sancho Panza. Vanaf dat moment heb ik mij onafgebroken hiermee beziggehouden. Na thuiskomst heb ik de Nederlandse vertaling van de ‘don Quichot’ gelezen van de professoren Werumeus Buning en Van Dam. 1200 pagina’s. In 1970 heb ik mij ingeschreven voor de eerstegraads deeltijdopleiding Spaanse Taal- en Letterkunde aan de universiteit van Nijmegen. Na zeven jaar ben ik daar op 13 juni 1977 afgestudeerd op het thema ‘Het erasmisme en nieuw christendom in De geestrijke Ridder don Quichot van la Mancha van don Miguel de Cervantes Saavedra’ en heb vervolgens in mijn toenmalige woonplaats Wijchen een taleninstituut opgericht om Spaanse les te kunnen geven. Dit institituut is een jaar later een samenwerking aangegaan met het Institute of English Studies in Veenendaal. Ik ben toen ook een samenwerking aangegaan met een particulier taleninstituut in Madrid. Twee jaar later (1981) zijn deze instellingen gefuseerd met een derde partner. Ik werd directeur van dat bedrijf en tot 1987 verantwoordelijk voor gemiddeld 4000 cursisten verspreid over 75 cursusplaatsen in Nederland. In 1988 werd ik uit een groep van 1200 kandidaten uitgeselecteerd voor een managementopleiding van een jaar bij het managementopleidingsinstituut de Baak van onze werkgeversorganisatie VNO-NCW. Daar heb ik vervolgens tot de zomer van 1991 gewerkt en een advies meegekregen om een gespecialiseerd instituut Spaans en Management te ontwikkelen.  Om te voorkomen dat iemand anders met mijn geestelijk eigendom (meer dan twintig jaar ontwikkelingswerk) aan de haal zou gaan heb ik in dat jaar op advies van onze advocaat en mijn voormalige collega van het Institute of English Studies een handelsmerk met de naam Instituto Cervantes bij het Beneluxbureau voor de intellectuele eigendom gedeponeerd voor de categorie opleidingen, trainingen en cursussen omdat ik op de schrijver Cervantes ben afgestudeerd.

Waarom je interesse in Koningshuizen en speciaal Diana?

Dat is in feite spontaan zo gegroeid. In datzelfde jaar 1991 heeft de Spaanse regering besloten een instituut met dezelfde naam Instituto Cervantes op te richten. Vanaf dat moment heb ik veel weerstanden moeten overwinnen om mijn rechten te behouden. Het Spaanse Instituto Cervantes is inmiddels een wereldwijde organisatie met vestigingen ‘all over the world’. Ik beschik echter over het exclusieve recht om onder deze naam te opereren in de Benelux. De erevoorzitter van de Spaanse naamgenoot is de Koning van Spanje. In strict juridische zin zijn wij dus collega’s. Daarom heb ik in de eerste week van mei 1995 binnen het kader van vijftig jaar bevrijding van Nederland een brief geschreven aan zowel Koning Juan Carlos als Koningin Beatrix met mijn motieven tot de oprichting van het Instituut Cervantes in de Benelux. Inmiddels had ik na een lange reis door Spanje in 1992 op advies van mijn advocaat en lid van de Raad van State het advies gekregen om mijn rechten onder te brengen in een stichting. Daartoe heb ik op 8 oktober 1992 de Stichting Cervantes Benelux opgericht. Teneinde tot een goede samenwerking te geraken heb ik op 31 juli 1996 de kroonprinsen van de Benelux en Spanje in dit stichtingsbestuur uitgenodigd. Daar is een bijzondere correspondentie met vier koningshuizen uit voortgekomen. Prinses Diana was een paar maanden eerder in beeld gekomen. Mijn samenwerking met het particuliere taleninstituut in Madrid is in 1986 overgenomen door een instituut met de naam ‘don Quijote’.

In april 1996 ben ik ter gelegenheid van hun tienjarig jubileum een week te gast geweest op hun school in Salamanca. Niet ver van de beroemde universiteit. ‘Toevallig’ bracht koningin Sofía toen een bezoek aan de universiteit. Nadat ik de betrokken politiefunctionarissen een kopie van een brief van de Casa Real aan het Instituto Cervantes Benelux had laten zien kreeg ik het voorrecht om de aankomst van de koningin van nabij mee te maken. Zij herkende mij ogenblikkelijk en na die ontmoeting had ik in de ‘Bar Galatea’ van ‘don Quijote’ een gesprek met een Engelse jongedame. Zij liet mij weten dat prinses Diana ook in mij was geïnteresseerd. Vandaar dat ik op op 1 augustus 1996 met mijn beide zoons naar Engeland ben gereisd en Diana op 6 augustus blijkbaar had besloten om met mij verder te gaan en haar huwelijk met haar toenmalige echtgenoot te beëindigen op 28 augustus 1996. Ik heb haar op die dag 28 rozen laten bezorgen. 14 rode en 14 oranje rozen. Als collega van de Spaanse Koning had ik dus behoefte aan een gelijkwaardige partner. Daarom heb ik op 17 december 1996 de Limited Company Instituto Cervantes England and Wales opgericht en mijn bevoegdheden op 18 april 1997 aan Prinses Diana overgedragen in het Verenigd Koninkrijk teneinde er een Nederlands-Brits familiebedrijf Van der Heyden-Spencer van te maken. Dit is te lezen in mijn boek ‘Letters to Diana, Princess of Wales’ dat in 2002 op de markt is verschenen.

Hoe heb je de wederopstanding van de NCCS als lid en videofilmer ervaren sinds 2016? Ik ben vanaf begin 1999 met een korte onderbreking lid van de NCCS. Dus al meer dan 18 jaar. In die tijd heb ik vele ups-and-downs meegemaakt. In de bloeitijd hadden we meer dan 1200 leden. In de regel heb ik ook jaarlijks deelgenomen aan de Algemene Ledenvergadering. Ik ben twee keer lid geweest van de kascontrolecommissie waarbij ik heb vastgesteld dat het aantal leden en dus ook de inkomsten van de vereniging in een neerwaartse spiraal waren geraakt en de vereniging op een faillissement leek af te stevenen ten gevolge van de mijns inziens indertijd noodzakelijke doorgevoerde bezuinigingsmaatregelen. Het vervangen van de papieren ‘Vliegende Hollander’ in een digitale versie bleek de voornaamste oorzaak te zijn van het grote ledenverlies. Tijdens de ALV van 19 maart 2016 is daar verandering in gekomen. Er werd een geheel nieuw bestuur gekozen met een nieuwe visie. Dat nieuwe bestuur is toen onder leiding van de nieuwe voorzitter Jan van Holstein op pro deobasis aan het werk getogen waardoor de financiële positie van de vereniging nu weer sterk is verbeterd. Ik denk dat dat grotendeels te danken is aan de managementstijl van de huidige voorzitter door een geheel nieuw managementteam te creëren met voor elke medewerker een eigen specifieke taak vanuit zijn of haar specifieke deskundigheid. Ook was het een zeer sterke zet om de gastvrouwen van de koffiebijeenkomsten nauwer bij het beleid te betrekken. Door een zorgvuldig financieel beleid werd het ook weer mogelijk de papieren versie van ons clubblad De Vliegende Hollander opnieuw te laten verschijnen. Tijdens de ALV van maart 2016 beloofde Jan van Holstein in de rest van 2016 meer dan €10000  te bezuinigen, en zodoende break even of met zelfs een batig saldo 2016 af te sluiten. Dat is gelukt. 2017 zou zelfs uit kunnen komen op een batig saldo van boven de €6000 euro. De leden zouden deze bezuinigingen niet merken, integendeel. De overschotten in 2016 en 2017 gaan naar het eigen kapitaal, zodoende kan het lidmaatschap in 2018 voor de NCCS naar beneden worden bijgesteld. Er werden nieuwe activiteiten en evenementen georganiseerd. Inzake het ledenaantal werden er door Jan geen voorspellingen gedaan, maar bij geen vooruitgang in leden zou hij de voorzittershamer in 2017 weer inleveren. Het werden in een jaar tijd naar zijn zeggen 235 nieuwe leden, en het natuurlijke verloop bedroeg maar 60 leden. De club leeft weer en ik lever daar een mooie bijdrage aan door bij de vele nieuw opgezette activiteiten en evenementen een filmverslag aan te leveren. Mijn relatie met Jan de voorzitter is goed, en hij waardeert mijn inzet voor de club. Uit mijn filmverslagen blijkt steeds de grote belangstelling van de leden om mee te doen. Ik ben mee geweest met de excursies naar Jerez de la Frontera en Cádiz en de zesdaagse reis naar Portugal met verblijf in Fátima. Ik heb daar veel plezier aan beleefd en steeds opnieuw belangrijke ervaringen en gesprekspartners kunnen opdoen. Vanwege mijn Spaanse kennis heb ik een bijdrage mogen leveren. Ik ben blij dat dat wordt gewaardeerd.

Dank voor uw belangstelling. Tot ziens in Paleis Soestdijk.