DE KONINKLIJKE WEG DEEL 2

Na verzending van Penny Thornton, Eva Jinek, Ferdinand Grapperhaus, Het Licht op Deventer en Het beoogde doel had ik gisteren wederom de eer om tijdens de kerkdienst in het Holland Huis onder leiding van Dominee Ko Brevet uit Deventer onderstaande bijbelteksten te mogen voorlezen.

Eerste Lezing: Genesis 3, 1 t/m 14 Van alle in het wild levende dieren die God, de HEER, gemaakt had, was de slang het sluwst. Dit dier vroeg aan de vrouw: ‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom mogen eten?’ ‘We mogen vruchten van alle bomen eten,’ antwoordde de vrouw, ‘behalve die van de boom in het midden van de tuin. God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven.’ ‘Jullie zullen helemaal niet sterven,’ zei de slang. ‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.’ De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan. Toen gingen hen beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van. Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’ Hij antwoordde: ‘Ik hoorde u in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me’. ‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom waarvan ik je verboden had te eten?’ De mens antwoordde: ‘De vrouw die u hebt gemaakt om mij terzijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.’ ‘Waarom heb je dat gedaan?’ vroeg God, de HEER, aan de vrouw. En zij antwoordde: ‘De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten.’ God, de HEER, zei tegen de slang: ‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan, het vee zal je voortaan mijden, wilde dieren wenden zich af; op je buik zul je kruipen en stof zul je eten, je hele leven lang.’

Mattheüs 9, 9 t/m 13 Toen Jezus van daar verderging, zag hij bij het tolhuis een man zitten die Matteüs heette, en hij zei tegen hem: ‘Volg mij’. Hij stond op en volgde hem. Toen hij thuis aanlag voor de maaltijd, kwam er een groot aantal tollenaars en zondaars, die samen met hem en zijn leerlingen aan de maaltijd deelnamen. De farizeeën zagen dit en zeiden tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?’ Hij hoorde dit en gaf als antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel. Overdenk eens goed wat dit wil zeggen: “Barmhartigheid wil ik, geen offers”. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’

 Na de dienst heb ik uitgebreid van gedachten kunnen wisselen met enkele kerkgangers waaronder de heer John Willemsen uit Nijmegen. Na thuiskomst heb ik mij verder gewijd aan de uitwerking van de in De Koninklijke Weg vermelde documenten en deze in mijn Googlebibliotheek opgeslagen. Ik verkoop mijn rechten bij voorkeur aan Uitgeverij Kluwer in Deventer. Het is voor mij een lang gekoesterde wens om voor dit bedrijf aan het werk te gaan zoals reeds in 1979 in het Bilderberghotel in Oosterbeek is besproken.