BEVRIJDINGSDAG

Ik citeer mijn dagboek uit Bragança. Terugdenkend aan 5 mei 1995 ben ik met Ans uit Malden met de trein van 08:53 naar Los Boliches gereisd. Tijdens de 17 minuten durende tocht had ik de gelegenheid om met haar te spreken over mijn accountant Tijssen in Malden en mijn contacten met Bill Holdsworth inzake mijn boek en diens advies om hier ‘cross references’ in aan te brengen. Hetgeen ik heb gedaan in mijn internetversie. De kerkdienst onder leiding van Ds Jan van Pijkeren was indrukwekkend. Met name inzake de Nederlandse Minister-President in ballingschap tijdens het verblijf van Koningin Wilhelmina in Engeland. Na afloop van de dienst ben ik met de trein van 12:02 vanuit Los Boliches naar Torremolinos teruggekeerd. Ik had een toevallige ontmoeting met een Spanjaard uit Asturias. Na thuiskomst ben ik verder gaan lezen in Las Rutas del Quijote. Pagina 248 heeft als titel Don Quijote enamorado. Ik moet hierbij denken aan hetgeen Liesbeth Halbertsma heeft verklaard aan mijn gastheer Panhuysen van het AMC Sint Radboud: “Hij was verliefd op haar. Daar was mevrouw niet van gediend”. Van die “verliefdheid” ben ik mij nooit bewust geweest. LH is in mijn fantasie wel steeds de verpersoonlijking geweest van Dulcinea del Toboso. Daarom heb ik haar vanuit El Toboso ook een brief geschreven in mei 1992. Op p. 249 lees ik “En unos tiempos tan cicateramente románticos como los que vivimos, el recuerdo de Dulcinea resulta ser imprescindible en cualquier programación turística que se precie de actual y culta, y más si en la misma resulta ser su inspirador y mentor Don Quijote”. Dat is de rol die ik in mijn visie voor LH heb vervuld. And nothing more than that. Ik heb Ans in dat verband tijdens de korte treinreis van 17 minuten ook op de hoogte gebracht van het verhaal van het rode mantelpakje en de reactie daarover van mijn toenmalige echtgenote. Ook over mijn veranderingsproces tijdens het cursusblok Verkennen van vermogen onder leiding van Danielle Roex van Human Quality Management in Huis te Eerbeek.

Vervolgens lees ik nu Capítulo XVII inzake Capítulo 72 De cómo Don Quijote y Sancho llegaron a su aldea. Hierin is het verhaal beschreven over de ontmoeting van DQ en SP met Don Álvaro Tarfe die naar zijn zeggen goed bekend was geweest met deze twee. SP geeft hem op p. 253 ten antwoord “ese Sancho que vuesa merced dice señor gentil hombre, debe de ser algún grandísimo bellaco, frión y ladrón juntamente, que el verdadero Sancho Panza soy yo”. In dit verband vroeg Dominee van Pijkeren “kent u iemand met de naam Maan” en vervolgde met “Ik zie John van der Heyden al nee knikken”. Dit sluit aan bij het verhaal over de Caballero de la Blanca Luna, ofwel el licenciado Sansón Carrasco. Tevens geeft het aan dat er slechts één John van der Heyden  bestaat die zich mag aanduiden als de ongehuwde weduwnaar van de Prinses van Wales en als zodanig lijfelijk aanwezig was in de kerk in Los Boliches. Tijdens de hiernavolgende koffieronde had ik een boeiend gesprek met een “oude knar” die thans in Doorn woonachtig is. En zo gaan mijn gedachten uit naar die memorabele 30 april van het jaar 1992 waarop ik gelijk een Don Quijote vanuit El Toboso mijn woonhuis aan de Plattenberg in Maarn heb verlaten in mijn Mazda Rocinante om de touwtjes aan elkaar te knopen. Cervantes heeft de identiteit van zijn hoofdfiguur verdedigd tot zijn dood. De vraag hierbij is nog altijd hoeveel criminelen mijn naam onrechtmatig hebben gebruikt als voorzitter van de ¡Stichting Cervantes Benelux! (14:02).

14:30 Vrijheid Daar draait alles om. Daarvoor heeft Cervantes al gevochten door zijn boeken te schrijven. In dit verband heb ik mijn Doornse buurman laten weten “Elke godsdienst is mensenwerk”. Jan van Pijkeren stond op dat punt voor een bijna onmenselijke vraag “Waar was God in Auschwitz?”. Die vraag heeft hij op een historische wijze beantwoord inzake het verhaal van Lucas. Wij mogen ons niet afhankelijk maken van “God”, maar ons richten tot “God”. Ik noem dit het Collectief Gemeenschapsbesef. Het is mijns inziens te gek voor woorden dat er in Nederland tal van christelijke gemeenschappen bestaan die uitsluitend belang hechten aan hun eigen belangen en daarvoor de naam van Jezus Christus naar mijn idee oneigenlijk gebruiken. Dit is een kwestie van theologisch denken. Want laten we wel zijn: Wij zijn als mens zeer begrensd als het gaat om deze aarde en de plaats hiervan in het heelal. Ieder zijn of haar plekje dus in een bezield verband. Dat is altijd mijn uitgangspunt geweest binnen het kader van De Geschiedenis van Cervantes is de Geschiedenis van een filosofie analoog aan De Geschiedenis van de Baak is de Geschiedenis van een filosofie. Die geschiedenis dient slechts één doel: Het creëren van een samenleving waarin Recht en Rechtvaardigheid op de eerste plaats komen. In dit verband sprak ik ook met mijn Doornse gesprekspartner over het toneelstuk El Gran Teatro del Mundo van de grote Spaanse dramaturg Don Calderón de la Barca waarin “God” de rollen uitdeelt die wij allen moeten spelen. Dat was een zogenaamd Auto Sacramental. En als we het weer eens over “bier” hebben denk ik in dit verband aan de biersoort La Sagra.Deze biersoort is afkomstig uit de streek rond Esquivias tussen Toledo en Madrid waar Cervantes een aantal jaren heeft gewoond met zijn veel jongere echtgenote Doña Catalina de Salazar y Palacios. En zo gaan mijn gedachten thans uit naar het moment dat ik in Valladolid aan de schrijftafel heb gezeten en de pen in mijn handen heb genomen waarmee de naamgever van onze organisatie ten tijde van Felipe Segundo heeft geschreven: “En un lugar de La Mancha cuyo nombre no me atrevo recordar” ofwel “In een plaats in La Mancha waarvan ik mij de naam niet wens te herinneren, woonde eens een ridder…”. Het betrof de heer Alonso Quijano die Cervantes in zijn fantasie tot Ridder van de Droevige Figuur heeft verheven. Ik heb het hele verhaal verteld in Segovia aan Steven Spielberg en hecht eraan dat hij dit verhaal verwerkt in een film op basis van een daadwerkelijk gebeurd verhaal onder de titel The Angel on the Bridge. 15:05 Francien gebeld voor zijn fantastische preek van vanmorgen. Op p. 258 spreekt SP over een ‘liebre’ ofwel een ‘haas’. De haas is het symbool van onze Heydense geschiedenis en ook van mijn Nijmeegse woonwijk De Hazenkamp. Wij kunnen en mogen nooit en te nimmer anderen onze wil opdringen. In dit verband ontving ik bij de koffie een suikerzakje met de tekst El auténtico líder no tiene que liderar, simplemente está satisfecho con señalar el camino. Henry Miller”. En het zij zo. Vervolgens las ik de pagina’s 259 en verder over de terugkeer van SP en DQ in hun dorp en hoor las campanas de 16:00. 16:15 Capítulo XVIII luidt ‘De por qué es aconsejable que a estas rutas se les ponga el punto y aparte con la lectura del Testamento que hizo su prtagonista Don Quijote de La Mancha “convertido en Alonso Quijano a quien mis costumbres me dieron renombre de Bueno’.

Hierbij denk ik ogenblikkelijk aan mijn huidige buurman Carlos Alonso die ik eveneens heb aangeduid als “El Bueno”. 16:20 Tijdstip voor een siësta. 19:15 Terwijl hier opnieuw een prachtig cruise-schip voorbij komt varen in de richting van Gibraltar vraag ik mij nog steeds af wie mijn naam onrechtmatig heeft gebruikt in de loop van de jaren. Het verhaal vertoont opmerkelijke parallellen met het verhaal over Don Quijote en Don Álvaro Tarfe die laat weten dat hij DQ en SP in Zaragoza had ontmoet waarbij DQ hem liet weten dat hij nog nooit eerder in Zaragoza was geweest.

Vanuit deze achtergrond vervolg ik mijn ‘lectura’ van Las Rutas vanaf Capítulo XVIII p. 263. Hoofdstuk 74 van de DQ is getiteld De cómo Don Quijote cayó malo, y del testamento que hizo, y su muerte. De laatste etappe dus. Al vaker heb ik deze woorden aangehaald ‘Con el pie ya en el estribo…’ in de gedachte dat mijn laatste woorden waren geteld. Het doet mij ook altijd denken aan het lijdensverhaal van Christus. Maar toch ontstaat er steeds opnieuw nieuw leven. Grada Hildering las vanmorgen het Evangelie van Lucas voor waarin hij vertelt dat de herrezen Heer de gaten in zijn handen en voeten liet zien waardoor hij gekruisigd was. Welk geloof kunnen wij in deze tijd nog hieraan hechten? Welaan een enorme opdracht voor Ds Jan van Pijkeren om dit verhaal in zijn preek te duiden. Dominee Jan heeft er geen doekjes over gewonden en had een uitstekend verhaal op deze bevrijdingsdag. Ik sluit niet uit dat er op deze dag volledig met mij wordt meegedacht in het Koninkrijk der Nederlanden. Ik heb alle ‘hotemetoten’ immers steeds volledig op de hoogte gebracht van mijn reilen en zeilen. De enige zeiltocht die ik ooit heb gemaakt was met de heer Jan Wilzing op de Loosdrechtse Plassen tijdens de slotdag van de Lionsclub Maarn-Maarsbergen. Op het meer kwamen wij zelfs Jeroen Pauw nog tegen in zijn bootje voordat ik in 1999 vanuit Neude 30C in Utrecht naar De Zevende Hemel verhuisde aan de Europese Zuidkust heb ik nog belangrijke gesprekken gevoerd in Ottenhome gedurende de laatste zeven dagen van zijn leven lag DQ in bed en werd regelmatig bezocht door de pastoor, de barbier en de bachiller Sansón Carrasco terwijl Sancho niet week van zijn hoofdkussen. Daarom vond ik de vraag va Pastor Van Pijkeren of wij iemand kenden met de naam ‘Maan’ heel bijzonder. Daar had ik nog nooit van gehoord. Maar het verhaal van de Caballero de la Blanca Luna is daarbij wel heel opmerkelijk. Dit betreft de ‘bachiller’ Sansón Carrasco. De titel licenciado staat nog iets hoger aangeschreven in de academische rangorde van de Spaanse universiteiten en mijn naam is in dit verband door Rafael del Moral vermeld op een certificaat uit Zamora waarop de Universiteit van Salamanca en het Spaanse Instituto Cervantes nadrukkelijk zijn vermeld. Op dit moment weet ik nog niet welk bedrag ‘los ladrones’ van mijn privérekening hebben geplunderd, maar de vergelijking met het apocriefe verhaal van schrijver Alonso Fernández de Avellaneda uit Tordesillas lijkt veel op het verhaal van mij. Tordesillas ligt niet ver verwijderd van Zamora en ik heb zelfs naast de richtingaanwijzer naar Tordesillas in Zamora na deze beelden de maansverduistering gezien. Zo komen Zon en Maan in mijn verhaal weer bij elkaar en welke titel onze autoriteiten mij ook mogen geven hetzij Drs, licenciado of Doctor, dat laat ik graag aan hen over. Rafael del Moral heeft als Presidente van de Aociación Europea de Profesores de Español gekozen voor de term Doctor John van der Heyden en hiermee eindigt vandaag mijns inziens mijn Ruta del Quijote die op 30 april 1992 in Maarn een aanvang heeft genomen. Rest nog de vraag over het derde testament. De beantwoording daarvan berust bij de dames en heren in 10 Downing Street in Londen waar ik mijn manuscript 003 kort voor Kerstmis 1997 heb afgeleverd. P. 265 spreekt over el desencanto de Dulcinea ofwel haar onttovering. Laat ik hierbij heel duidelijk zijn. Liesbeth Halbertsma heb ik in mijn Quixotic Quest de rol van Dulcinea toegekend. Ik heb haar ook om een accountantsrapport en rapport van bevindingen verzocht. Het spreekt vanzelf dat ik van mening ben dat hierin hierin ook het testament dient te zijn vermeld dat Prinses Diana in december 1996 door Haar echtscheidingsadvocaat Anthony Julius is opgemaakt en door accountant Sir Michael Peat ‘at KP’ dient te zijn goedgekeurd.

20:15 En Torremolinos el día 5 de Mayo de 2019 Doy Fe Johannes Lambertus (John) van der Heijden Presidente Fundación Cervantes Benelux.