SUPERZONDAG 31 JANUARI 2021

02:05 Deze zondag werd gisteravond op televisiezender ESPN aangeduid als Superzondag. Deze naam dateert van de viering van mijn zestigste verjaardag op 11 november 2007 op De Engelenburg in Brummen. Ik moest daaraan denken bij het horen van het lied Heimwee naar een tijd die ik niet ken van Guus Meeuwis. Met dank aan Guus Meeuwis. Ik denk dat ik aan Guus een bijzondere soulmate heb gevonden. Ik heb hem voor het eerst ontmoet in de Florin & Firkin in Utrecht tijdens de opnames van Spijkers met koppen nadat hij het lied Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben ten gehore had gebracht. Wij hebben daar toen een afspraak gemaakt.

18:00 Na verzending van dit bericht om 02:05 ben ik na de holocaustherdenking weer aan het werk gegaan met D66 vanaf Planning tot 1 augustus 2010 en constateerde daarbij na het zien van mijn bericht over Zwitserland bijzondere aandacht voor Relatie neemt serieuze vormen aan, Cuarto Congreso Internacional de la Federación Internacional de Asociaciones de Profesores de Español en Santiago, Knijff Merkenadviseurs en het Haags Juristen College, Prins William morgen 25 jaar, Twaalf jaar ongehuwd weduwnaar en Elf jaar na de dag van Henley.

Daarna heb ik mijn werkverslag van 5 juni 2010 alsvolgt gereviseerd: “Ontmoeting met Baltasar Garzón Gisteravond ben ik naar het Leidseplein gegaan voor een bezoek aan De Balie. In de Spuistraat kwam ik langs het restaurant Haesje Claes en ben daar binnengegaan. Het restaurant zat vol met Spanjaarden. Ik sprak met mensen uit Gijón in Asturias over mijn relatie met El Príncipe de Asturias en mensen uit Madrid. Ik heb hen verteld dat in datzelfde restaurant in 1989 mijn Spanjeplan is geboren als vermeld in mijn brief van 6 maart 1989. Daarna ben ik naar De Balie gegaan. Met enthousiasme werd er gereageerd op het opschrift “¡Cervantes! Dat is pas democratisch!” met de beeltenissen van Hans Wijers en Winnie Sorgdrager. Na het nuttigen van een biertje ben ik op zoek gegaan naar het Spaanse restaurant waar ik indertijd wel eens ging eten met Leonore Tholen. Uiteindelijk werd ik uitgenodigd in het naastgelegen Argentijnse restaurant Los Argentinos. De ober noemde zich Peter, maar in zijn gesprekken hoorde ik hem de naam Abdoel noemen. Hij liet mij dan ook weten dat hij uit Egypte afkomstig was. In het restaurant hangt een schitterend portret van Prins Willem Alexander en Prinses Máxima. De familie, vader, moeder, dochter en een zoontje zijn Spanjaarden en afkomstig uit Salou in Catalonië. Zij waren grote liefhebbers van Prinses Diana. Daarom heb ik hen verteld over mijn relatie met Haar vanaf 28 augustus 1996. Zij waren nog steeds in de veronderstelling dat zij iets had met Peters landgenoot. Dat fabeltje heb ik hen ontzenuwd en mevrouw één van mijn postzegels cadeau gedaan en ook nog verslag gedaan van mijn reis door Argentinië vorig jaar als lid van de Asociación Europea de Profesores de Español. Waarop zij reageerde met de enthousiaste kreet “¡Anda!”. Dochter had inmiddels de informatie over Letters to Diana Princess of Wales op haar mobieltje geconstateerd. Haar vader bood mij het glaasje wijn aan nadat ik wilde afrekenen. Dat is bij ons onder Spanjaarden een teken van vriendschap en vertrouwen. Daarna ben ik naar mijn logeeradres gegaan en zag op de Nederlandse televisie dat D66 hun huiskleur groen op hun website inmiddels hadden veranderd in paars. Vanmorgen ben ik op zoek gegaan naar de Telegraaf. Bij het filiaal van Albert Heijn achter het Paleis op de Dam was hij echter niet bezorgd. Daarom ben ik in de omgeving van de Dam gaan kijken. Ter hoogte van De Nieuwe Kerk ­- waar op 4 mei 2010 om 20:01 Onze Koningin en Onze Kroonprins een veilig onderkomen moesten zoeken – zag ik plotseling de Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzón lopen. Ik ben direct naar hem toegegaan en heb hem gezegd: “Señor Baltasar Garzón!” Hij keek mij vriendelijk aan en ik zei hem daarna: “Yo soy John van der Heyden. Yo soy el fundador del Instituto Cervantes”. Afgaande op zijn vriendelijke reactie leek hij mij al te kennen. Want op amabale wijze vroeg hij mij “¿Cómo está Usted?”. Het was 11:41. Hierop heb ik hem gezegd “Muy bien. Vivo en Torremolinos de momento. He seguido todos sus noticias. Muy bienvenido en Holanda (Voor deze keer. Het merendeel van de Spaanse bevolking is immers gewend om ons als zodanig aan te duiden en bovendien bevond hij zich ook in de provincie met deze naam)”. De heer Garzón heeft van de Spaanse Regering toestemming gekregen om hier een half jaar onderzoekswerk te doen, zoals vermeld in Garzón naar ‘s-Gravenhage. Het onderwerp Instituto Cervantes Benelux ¿De kip of het ei? blijft in dit verband actueel. Ik had daarover afgelopen woensdag ook nog een gesprek met Prof.Dr. Maxime Kerkhof over zijn voormalige collega’s. Daarbij heb ik hem laten weten dat ik in de periode 1976/1977 regelmatig bij Prof.Dr. Jaime Sánchez Romeralo en zijn echtgenote Conchita op hun woonadres in de Professor Molkenboerstraat in Nijmegen op bezoek kwam in verband met mijn afstudeerthema El Erasmismo y Cristianismo Nuevo en el Don Quijote de la Mancha de Don Miguel de Cervantes y Saavedra. De heer Romeralo had mij toen geadviseerd een werkstuk van Don Claudio Sánchez Albornoz aan mijn literatuurlijst toe te voegen en diens visie op Cervantes. Diens zoon Nicolás Sánchez Albornoz heeft in Spanje het Instituto Cervantes opgericht in dezelfde tijd dat ik dat in de Benelux heb gedaan. Daarom durfde ik met gepaste trots en opgeheven hoofd aan Superrechter Garzón te verklaren: “Yo soy el Fundador del Instituto Cervantes“. Ik heb daar immers met de heer Sánchez Albornoz nog een briefwisseling over gevoerd op 20 februari 1992 en 26 maart 1992. Op 18 mei 1992 heb ik terzake met Don Juan Gimeno Ullastres gesproken in Alcalá de Henares.”