13 november 1992. Beste Bob, Bijgaand ontvang je: 1. Een verslag van mijn gesprek met mevrouw Alonso, cultureel attaché Spaanse ambassade; Hiervoor vraag ik je bijzondere aandacht i.v.m. te volgen strategie. 2. Een verslag van mijn gesprek met de heer Lindenborn, waarin voorstel Iberian Trade Promotion in Cervantes in te brengen; 3. Aanzet bedrijfsplan Iberian Trade Promotion. 4. Artikel "Knudde in het Spaans", Volkskrant 22-10-92. Voorts meld ik je nog dat ik op 28 oktober jl. een gesprek heb gehad met de arbeidsdeskundige van de GMD te Nijmegen, de heer J.L. Scholtes. Wij stelden samen vast dat ik in augustus 1991 onder verantwoordelijkheid van de BVG in de ziektewet ben geplaatst teneinde mijn persoonlijke relatieproblematiek te kunnen oplossen. Gebleken is dat de verantwoorde oplossing van dit probleem meer tijd en energie heeft gekost dan binnen een ziektewetperiode van een jaar mogelijk is. Ik geniet derhalve nu een uitkering krachtens de W.A.O.. Vastgesteld is echter dat ik niet als een structurele W.A.O.-er wordt beschouwd. Gemakshalve spreken wij derhalve over een "verlengde ziektewet-uitkering". De GMD heeft mij haar steun toegezegd om vanuit deze verlengde ziektewet-situatie de Stichting Cervantes Benelux verder vorm te geven. In januari verwacht ik een oproep voor een tweede gesprek. Dit bericht heb ik vandaag ook doorgegeven aan André.

Gespreksverslag John van der Heijden, secretaris SCB, en Maria Jesús Alonso, cultureel attaché Spaanse ambassade, op woensdag 5 november 1992 te 's-Gravenhage t.b.v. Bob van Aalst en André Veltman. 1. Oprichting Stichting Cervantes Benelux. Ik heb mevrouw Alonso, naar aanleiding van haar verzoek in april om rond deze tijd nog eens met haar te komen praten, van de oprichting van de Stichting Cervantes Benelux op de hoogte gesteld en de doelstellingen aangereikt. 2. Spaanse naamgenoot. Onderhoud gemeld met de heer Juan A. Gimeno, secretaris generaal van het bestuur van het Spaanse Instituto Cervantes te Alcalá de Henares, op 18 mei van dit jaar, waarin we gesproken hebben over een eventuele participatie van het Spaanse instituut in het College van Advies van ons instituut.

Daarna gesproken over de aan dit instituut geschreven brief in juLi met als hoofddpunten: * een initiatief van hun zijde op de Nederlandse markt kan door de rechter worden verboden; * wij streven naar een minnelijke regeling; * wij ontvangen graag een bevestiging dat het Instituto Cervantes niet onder die naam op de Benelux-markt verschijnt. Mevrouw Alonso merkte op: * de heer Gimeno is niet meer aan het Instituto Cervantes verbonden; het zal nog wel enige tijd duren voordat er een antwoord op deze brief komt, aangezien er drie departementen mee zijn gemoeid: Onderwijs, Cultuur en Buitenlandse Zaken; de operationele verantwoordelijkheid ligt bij de directie van de Casa de España in Utrecht, haar advies is dus met de directie van dit instituut in contact te treden.

Vervolgens heb ik haar het artikel "Knudde in het Spaans" (Volkskrant 22-10-92) onder ogen gebracht en haar gewezen op de schade die hiermee aan het imago van het Instituto Cervantes kan worden berokkend. Zij heeft van dit artikel een fotokopie gemaakt ten behoeve van de ambassade. Zij ontkende overigens dat er vestigingen zouden zijn geopend in Toulouse, Londen en BRUSSEL, zoals het artikel suggereert. Alleen in Parijs zou er momenteel een activiteit lopen. Ik heb haar laten weten dat mijn handelsmerk in maart van dit jaar is gedeponeerd (dus vóór het gesprek met haar op 13 april en de publikatie van 23 april van de sociaal attaché van de ambassade over het Instituto Cervantes). 3. Promotie Spaans in het bedrijfsleven. Volgens signalen uit de particuliere onderwijsmarkt (Talencentrum Den Haag) zou de belangstelling voor het Spaans in het bedrijfsleven teruglopen. Mevrouw Alonso ontkent dit ten stelligste en zegt dat er juist sprake is van een toename. Zij merkt op dat vele particuliere opleidingsinstituten te duur zijn en noemt daarbij ook toevallig het "Talencentrum", dat op een steenworp afstand van de ambassade ligt. Op mijn verzoek om meer aandacht te geven aan de promotie van het Spaans bij bedrijven antwoordde zij dat daarvoor het Instituto Cervantes in het leven wordt geroepen. Hier bijt de hond dus in zijn staart. 4. Don Quijote. De toename van de belangstelling voor het Spaans blijkt met name ook uit de groei van de toeloop van buitenlanders naar instituten in Spanje. Don Quijote is volgens haar hiervan een voorbeeld. Dit instituut heeft in het verleden in haar documentatie opgenomen dat het erkend zou zijn door de Spaanse ambassade. Mevrouw Alonso meldt dat dat - vóór haar tijd - ten onrechte is gebeurd. Dit is naar haar zeggen verboden. Genomen acties. Ik heb een publikatie van de Casa de España, waarin de naam Instituto Cervantes wordt genoemd, aan mijn advocaat (gespecialiseerd in het merkenrecht) voorgelegd. Volgende week gaat er op persoonlijke titel een brief uit naar de directie van de Casa de España. Ik verzoek jullie t.b.v. de vergadering van 23 november alvast na te denken over een hierna te volgen strategie. Nijmegen, 13 november 1992.

23 DECEMBER 1992 GESPREKSRAPPORTAGE TER ATTENTIE VAN DE HEER J.W. VAN AALST TE 's-GRAVENHAGE

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN